Beelddenkonderzoek

In een uitgebreid beelddenkonderzoek wordt duidelijk of iemand veel in beelden denkt. Soms belemmert dit het leren, maar het kan ook veel voordelen bieden. Je moet het dan leren gebruiken.
Iedereen wordt als beelddenker geboren. Een baby denkt in beelden. Er komen dan nog geen woorden aan te pas. Later neemt het taaldenken een steeds grotere plaats is. Normaal gesproken is er een evenwicht in beeld- en taaldenken. Soms is het evenwicht niet in balans. Hierdoor kunnen problemen ontstaan.

Een beelddenkonderzoek gaat in overleg, net als de intake en het nagesprek.
Het beelddenkonderzoek is voor iedereen tussen 5 en 14 jaar met onverklaarbare problemen bijvoorbeeld met (begrijpend) lezen of rekenen. Bent je ouder dan 14, dan is het onderzoek in aangepaste vorm mogelijk. Neem hiervoor gewoon even contact op.
Een beelddenkonderzoek omvat een intake, een onderzoek van 2 à 3 uur en een gesprek waarin het verslag toegelicht wordt.
Het is ook mogelijk delen van het onderzoek te doen.

Wereldspel
Met het Wereldspel kan je door een dorp te bouwen, gewoon, waar je zin in hebt, non-verbaal laten zien hoe jij de wereld ervaart en hoe jij erin staat. Hoe jij informatie verwerkt. Of jij een talige leerstijl hebt, of juist een visuele. Dit wordt ook beelddenken genoemd.
Het wereldspel zit standaard in het beelddenkonderzoek.

Dominantiepatronen

Het is mogelijk een dominantieprofiel te maken en zo te kijken naar welke uitdagingen er zijn. Middels reflexintegrate en andere oefeningen kunnen we proberen het dominantieprofiel meer in evenwicht te krijgen. Tegelijkertijd kunnen we kijken op welke manier we de omgeving voor jou beter kunnen inrichten zodat het leren beter gaat.
Iedereen heeft een linker- en een rechterhersenhelft. Bij bijna alle mensen is er één van deze twee hersenhelften dominant. Dat is normaal en niet hinderlijk, zo lang er wel een bijna evenwicht is.
Ook is er een dominant oor, een dominant oog, een dominante hand en een dominante voet. Wanneer dit allemaal aan dezelfde kant zit, bijvoorbeeld rechts en heb je daarbij een dominante linkerhersenhelft, dan zul je weinig problemen ondervinden in je schoolloopbaan. In alle andere gevallen kan het je belemmeren in meerdere opzichten. En vooral onder stress krijgen deze belemmeringen meer negatieve invloed.

Visuele screening

Als baby ben je niet in staat alles al scherp te zien. Dat train je. Je gaat meer bewegen, meer ontdekken en meer zien. Je ogen geven de beelden door aan je hersenen. Elke hersenhelft krijgt een eigen beeld door van één van de ogen. Beide ogen geven hun beeld door, die de hersenen op elkaar legt. De overlap van beide beelden proberen de hersenen te begrijpen. Het kan zijn dat de beelden van beide ogen net niet fijn op elkaar vallen; nu kost het je hersenen extra energie om de beelden goed te ‘zien’ en te begrijpen.

Dit kan tot allerlei uitdagingen leiden:
– moeite met lezen
– moeite met tempo maken in lezen
– traanogen of vermoeide ogen
– spellingsproblemen
– onhandigheid
– moeite met schrijven op de lijnen
– moeite met de overgang van plus-sommen naar min-sommen
– weinig uitbundig, of klein bewegen – onzeker zijn
– vermoeidheid
– moeite met overzicht in drukke situaties
– moeite met focus in drukke situaties
– het letterlijk niet kunnen zien of vinden
– moeite met automatiseren
Door kleine testen te doen, onder andere met de bioptor, kunnen we erachter komen of de ogen en de hersenen goed samenwerken. Als duidelijk is wat zij lastig vinden, gaan we met gerichte oefeningen aan de slag. Dat kunnen ook lichamelijke oefeningen zijn, maar zullen ook vaak als oog-gymnastiek omschreven worden. Het is de bedoeling dat dit thuis elke dag kort geoefend wordt.
Om de 3-4 weken kom je langs bij Mooi Rechtop om te kijken of de oefeningen goed gaan en om nieuwe oefeningen te krijgen.